|

| |
De spelers proberen door het tactisch spelen en ruilen van kaarten een
score van exact 10 te krijgen of anders daar zo dicht mogelijk bij in de buurt.
Wie is hier het handigst in?
VERLOOP VAN HET SPEL:
start: De 10 rondekaarten worden geschud en als gedekte trekstapel
neergelegd. Vervolgens worden de straf- en de normale kaarten samen geschud en
als gedekte trekstapel neergelegd. Elke speler neemt hier drie kaarten van op
zijn hand. Tot slot ontvangt elke speler zeven fiches en een jokerkaart; de
overige fiches en jokerkaarten blijven uit het spel. Het spel wordt kloksgewijs gespeeld.
verloop: Een spel wordt gespeeld over 10 rondes, welke weer per ronde
in vijf fasen uiteen valt:
- Rondekaart: de bovenste rondekaart wordt open neergelegd. Het
getal op de kaart geeft aan hoeveel strafpunten de verliezer van deze ronde
krijgt.
- Eerste kaart: de startspeler begint met het neerleggen van een
handkaart. Hij kan hierbij kiezen of hij de kaart open of dicht neerlegt en
of hij de kaart wil beschermen. Dit doet hij door er 1 of 2 fiches uit zijn
eigen voorraad op te leggen.
- Bieden en ruilen:
de startspeler mag als eerste een bepalen of hij een bod wil uitbrengen op
een kaart van een medespeler. Het startbod is dan minstens 1 fiche, tenzij
de kaart beschermd word door 2 fiches. Het startbod is in dat geval 2
fiches. Om beurten brengen de spelers een bod uit of passen, totdat er
niemand over het hoogste bod heen biedt. De persoon die de kaart neergelegd
heeft, mag zelf niet meebieden. Als de kaart is beschermd, betaalt de
hoogste bieder zijn bod aan de eigenaar van de kaart. Als de kaart niet
beschermd was, komt het bod in de algemene pot. Vervolgens ruilen de spelers
hun kaarten, waarbij eventuele beschermingsfiches van de oude kaart op de
nieuwe kaart worden gelegd. De hoogste bieder mag tot slot ter bescherming
van zijn kaart dit aantal tot 2 fiches verhogen.
- Eventuele tweede kaart: de ingezette beschermingsfiches komen in
de pot. Vervolgens kunnen de spelers er voor kiezen of ze een tweede kaart
uit hun hand willen spelen, beginnend bij de startspeler. Dit mag alleen als
de eerste kaart open neergelegd is. Zijn totaal mag echter niet meer dan 10
zijn.
- Strafpunten en fiches: de speler met de laagste score krijgt alle
gespeelde kaarten en de rondekaart. De normale kaarten tellen elk voor 1
strafpunt. Jokerkaarten tellen voor 10 strafpunten. Op de straf- en
rondekaart staat het aantal strafpunten afgebeeld. De speler met de hoogste
score wint de ronde en krijgt de fiches uit de pot. Tot slot wijst hij de
volgende startspeler aan.
Vervolgens vult elke speler zijn hand aan tot vier kaarten, waarna de
volgende ronde begint.
eind: Het spel eindigt óf na het spelen van ronde 10 óf zodra een
speler zijn hand niet meer aanvullen kan. De spelers tellen vervolgens hun
strafpunten. Elk fiche is 2 pluspunten waard; de speler met de minste
strafpunten is de winnaar van het spel.
Spelinfo: 10, Hans van Tol, The Game Master, 2007, 2 - 7 spelers
vanaf 7 jaar, 15 - 30 minuten. |