|

| |
De spelers zijn vertegenwoordigers van invloedrijke families uit de
Renaissance; zij proberen faam, welvaart en macht te vergaren, waarbij het
ultieme doel is om als familie de nieuwe paus te leveren. Wie haalt de meeste
overwinningspunten in dit machtspel?
VERLOOP VAN HET SPEL:
start: Elke speler kiest een familie, en ontvangt de daarbij behorende
overzichtskaart en de houten scorepion; deze wordt op veld '0' van hun
scorespoor geplaatst. De oudste speler is paus, de speler die de familie Borgia
koos, moet de speelbeurten bijhouden op het speelbeurtenspoor op zijn
overzichtskaart. Daarna krijgen alle spelers speelkaarten, het aantal is
afhankelijk van het aantal spelers, waarvan alle Ambten, Kunstenaars,
Onafhankelijke Families en/of Bezittingen (Steden) direct gespeeld moeten
worden; de spelers leggen de kaarten open voor zich neer. Als een speler nieuwe
kaarten ontvangt, moet hij altijd de zojuist genoemde soorten direct spelen. De
overige kaarten houdt de speler gedekt op handen. Vervolgens worden er,
afhankelijk van het aantal spelers, een aantal speelkaarten gedekt neergelegd;
de overige speelkaarten worden terzijde gelegd. Daarna krijgt elke speler 4
kardinalenfiches, welke de spelers op zijn overzichtskaart plaats, en 100 D van
de bank. Het spel wordt kloksgewijs gespeeld, waarbij de speler die paus is
startspeler is.
verloop: Als een speler aan de beurt is, doorloopt hij de volgende
stappen:
Spelersfase:
- Bieden of Spioneren; de speler moet 1 van de volgende dingen
doen:
- Bieden: de speler draait 1 van de gedekte kaarten,
die geveild zullen worden, om. Hij mag er D op bieden, of passen. Het
bieden gaat met de klok mee, totdat een speler de kaart heeft
bemachtigd.
- Spioneren: de speler speelt een Spionkaart uit zijn
hand, en mag blind en zonder te betalen 1 van de te veilen kaarten in
bezit nemen. De Spionkaart wordt daarna afgelegd.
- Kaarten spelen; de speler speelt 0, 1 of meerdere
handkaarten. Het spel bevat de volgende soorten speelkaarten:
- Bezittingen/Steden: steden bieden bescherming aan
Ambtenaren en Kunstenaren tegen veroveraars. In een stad mag ten hoogste
1 Ambt, 1 Kunstenaar en 1 Onafhankelijke Familie geplaatst worden.
Bovendien leveren steden D op in de inkomstenfase. Als een speler deze
kaart ontvangt, moet hij deze direct spelen.
- Ambten: ambten leveren inkomsten en stemmen
op voor een speler. Ambten zijn onderhevig aan Doodkaarten. Als een
speler deze kaart ontvangt, moet hij deze direct spelen.
- Kunstenaars: kunstenaars leveren
overwinningspunten op tegen betaling van patronagekosten. Als een speler
een Kunstenaar niet wil onderhouden en zijn patronage niet betaald,
wordt de kaart opzij gelegd. Kunstenaars zijn onderhevig aan
Doodkaarten; als een Kunstenaar sterft, is deze uit het spel en wordt
hij op de aflegstapel gelegd. Als een speler deze kaart ontvangt, moet
hij deze direct spelen.
- Condottiere: condottieres worden uitsluitend
gebruikt om een vijandelijke Stad in te nemen óf om een Stad tegen
inname te beschermen. Om een Condottiere te gebruiken, betaalt de speler
het soldij aan de bank; na gebruik wordt de Condottiere niet op de
aflegstapel gelegd, maar opzij. Vanaf de volgende beurt kan deze kaart
weer in het spel komen.
- Onafhankelijke Families: onafhankelijke
families voegen verdedigende waarde toe aan een Stad; als hun Stad wordt
ingenomen, blijven ze echter gewoon in de Stad en zetten nu hun macht in
voor de nieuwe bezetter.
- Spionnen: spionnen worden gespeeld om 1 van
de volgende 2 acties uit te voeren:
- Tijdens een Veiling mag een speler in plaats van een
biedronde te starten zijn Spion spelen om blind een voor de Veiling
bestemde kaart te nemen. De aanschaf van deze kaart kost hem nu
niets; eventuele patronagekosten van Kunstenaars moet hij wel
betalen, net als het (latere) inzetten van Condottiere.
- In de fase "Kaarten spelen" mag de speler zijn Spion inzetten
om blind een kaart uit de hand van een andere speler te trekken.
Deze kaart is nu van de speler die de Spion heeft gespeeld. De
getrokken kaart mag direct worden gespeeld. De Spion wordt afgelegd.
- De Dood: er zijn 2 soorten Doodkaarten, elk
met hun eigen toepassing. De kaarten worden gespeeld in de fase "Kaarten
spelen".
- Dood door Vergiftiging of Plaag: deze kaart wordt
tegen een Kunstenaar, een Ambt of tegen een Huwelijk gespeeld. Het
slachtoffer sterft en wordt afgelegd, tenzij de dood door een
Medicijn wordt afgewend. Als de Paus deze kaart tegen een Ambt
speelt, mag hij dit Ambt direct aan een andere speler geven (hij mag
de kaart niet zelf houden); als een andere speler deze kaart tegen
een Ambt speelt, legt hij dit Ambt opzij. Vanaf de volgende beurt
kan deze kaart weer in het spel komen. Een getroffen Huwelijk wordt
direct afgelegd.
- Dood door een Sluipmoordenaar: deze kaart wordt tegen
een Ambt, een Huwelijk of Savonarola (ook al is deze beschermd)
gespeeld. Als de Paus deze kaart tegen een Ambt speelt, mag hij dit
Ambt direct aan een andere speler geven (hij mag de kaart niet zelf
houden); als een andere speler deze kaart tegen een Ambt speelt,
legt hij dit Ambt opzij. Vanaf de volgende beurt kan deze kaart weer
in het spel komen. Een getroffen Huwelijk wordt direct afgelegd;
moord kan niet door een Medicijn voorkomen worden.
- Medicijn: deze kaart mag gespeeld worden om
"Vergiftiging of Plaag" te voorkomen; de speler betaalt de Medicijn;
beide kaarten worden afgelegd.
- Huwelijk: deze kaart mag gespeeld worden
tegen een andere speler; zodra de kaart gespeeld is, mogen beide spelers
gedurende de rest van de beurt geen kaarten tegen elkaar spelen of
elkanders Steden innemen. Aan het eind van de beurt wordt het Huwelijk
automatisch ontbonden; de kaart wordt afgelegd.
- Reformatie-kaarten: er zijn 2 reformatie
kaarten:
- Savonarola: deze priester wordt tegen de paus gespeeld; als
deze kaart succesvol gespeeld is, mag de Paus geen handkaarten meer
spelen, behalve een Sluipmoordenaar om Savonarola te vermoorden én
de handkaarten die direct gespeeld moeten worden. Savonarola blijft
van kracht tot er iemand met succes een Doodkaart tegen hem speelt
óf tot het eind van de beurt. Als Savonarola sterft, of als de beurt
voorbij is, wordt de kaart afgelegd.
- Simonie: de beschuldiging van Simonie wordt tegen de Paus
gespeeld, op het moment dat deze kiest voor het opnieuw verdelen van
Ambten. Een speler mag ook Simonie spelen tegen de Paus als deze van
hem geen Ambten of kardinalen kreeg toegewezen. Als de aanklacht
wordt gespeeld, laten alle spelers hun kardinalen stemmen om te zien
of de aanklacht terecht is; als de aanklacht terecht was, slaat de
Paus 1 beurt over in de volgende spelersfase. Simonie wordt op de
aflegstapel gelegd.
- Veroveren; de speler mag een poging wagen om 1 of meer kaarten
van de andere spelers te veroveren, waardoor de macht van zijn slachtoffers
afneemt. Het veroveren van kaarten kan op twee manieren:
- Onbeschermd: een speler mag proberen om een
onbeschermde Ambtenaar of Kunstenaar te veroveren. Onbeschermde kaarten
geniet niet de bescherming van een Stad of van het basisbezit van de
eigenaar.
- Beschermd: een speler mag proberen een
onbeschermde Onafhankelijke Familie of een Stad met eventueel een erdoor
beschermde Kunstenaar, Ambtenaar en/of Onafhankelijke Familie op een
andere speler te veroveren. De speler moet hiervoor een militaire macht
inzetten, omdat de beschermende Stad haar eigen verdedigingsmacht heeft.
De speler kan niet alleen 1 kaart veroveren die door de Stad beschermd
wordt; de Stad moet als groep aangevallen worden. Als de speler hierbij
succesvol is, verovert hij alle kaarten die in de Stad beschermd zijn.
Het veroveren gaat als volgt:
- De speler wijst zijn doelwit aan (een onbeschermde kaart of een
Stad met of zonder beschermde kaarten). Als het een Stad of een
Onafhankelijke Familie betreft, is op de kaarten zelf duidelijk
zichtbaar hoeveel machtpunten er ter verdediging zijn. Onafhankelijke
Families, die door een Stad beschermd worden, voegen hun macht hier aan
toe. Beide spelers mogen hun macht vergroten door Condottiere te spelen.
- Men hoeft geen Condottiere in te zetten om een onbeschermde
Kunstenaar of Ambtenaar te veroveren, deze hebben immers geen
verdedigingswaarde. Het aankondigingen van de verovering volstaat; de
eigenaar van zulke kaarten mag ze echter wel beschermen door Condottiere
in te zetten; de aanvaller zal dan ook Condottiere moeten spelen.
- Beide spelers selecteren in het geheim de Condottiere welke ze
voor de strijd zullen inzetten. Gelijktijdig tonen ze de geselecteerde
kaarten; er mogen daarna geen kaarten meer aan de strijd worden
toegevoegd.
- De spelers tellen hun machtpunten en vergelijken de totalen om
vast te stellen of de verovering gelukt is of niet. De aanvaller
gebruikt alleen Condottiere, de verdediger kan over eventuele
verdedigingswaarden van een Stad, een Onafhankelijke Familie of Da Vinci
beschikken, vermeerderd met eventueel ingezette Condottiere.
- Als het doelwit geen machtpunten heeft, lukt de
verovering automatisch.
- Als de totale macht van de aanvallende speler hoger
is dan die van de verdedigende speler, wint de aanvaller en
neemt de kaart(en). Alle kaarten, die door een Stad worden
beschermd, blijven bij die Stad als deze van eigenaar wisselt.
- Als de totale macht van de aanvallende speler niet
hoger is dan die van de verdedigende speler, wint de verdediger.
Er gebeurt niets met zijn Stad.
- Alle gebruikte Condottiere worden opzij gelegd en aan het begin
van de volgende beurt door de stapel te veilen kaarten geschud.
Als er aan het eind van de Spelersfase geen kaarten meer voor de Veiling
beschikbaar zijn, gaat de volgende fase in.
Einde van een speelbeurt:
- Inkomstenfase: alle spelers ontvangen uit hun Steden en Ambten
inkomsten in D. De 35 D, die als vast inkomen op de overzichtskaart van de
families staan, worden uitbetaald nadat de overwinningspunten zijn geteld.
- Verkiezingsfase: de spelers kiezen nu een nieuwe paus. Elke
kardinaal is daarbij 3 stemmen waard; elk Ambt is het aantal stemmen waard
dat op de kaart staat vermeld.
- Telling: de spelers tellen de overwinningspunten (OP) op, die ze
deze beurt verdiend hebben, en voegen die met hun scorepion op hun
scorespoor aan hun totaal toe. Hierbij geldt de volgende puntentelling:
- 1 OP voor elke 10 D in kas, naar beneden afgerond
- 10 OP's als de speler de nieuwe paus is
- Ambten en Kunstenaars; het aantal OP's staat op de kaarten
- Opnieuw toekennen van Ambten: de paus mag alle Ambten opnieuw
verdelen, waarbij hij al zijn eigen Ambten moet verdelen onder de
medespelers. Vervolgens deelt hij, als hij dat wil, kardinalenfiches uit;
hij mag zichzelf 1 kardinaal meer geven dan de speler die hij de meeste
kardinalen gaf, tevens hoeft hij niet aan iedereen kardinalen te geven.
- Huwelijkskaarten afleggen: aan het eind van de beurt worden
huwelijken automatisch ontbonden.
Vervolgens begint de volgende beurt.
Bij het begin van de 2e en 3e speelronde moeten de volgende handelingen
uitgevoerd worden:
- Neem de stapel kaarten en alle opzij gelegde (maar niet afgelegde)
kaarten, zoals Condottiere, niet toegekende Ambten en geweigerde
Kunstenaars, en schud ze door elkaar. Afgelegde kaarten woorden nooit terug
in de stapel gedaan.
- Elke speler krijgt nu 1 kaart van de stapel gedeeld. Deze kaart moet
eventueel gespeeld worden, zoals in de eerste speelbeurt ook gebeurd is.
- De spelers krijgen elk 35 D, zijnde de vaste familie-inkomsten voor de
komende 2e of 3e beurt; deze inkomsten staan los van de inkomsten, die aan
het eind van de vorige beurt zijn uitgekeerd. Ze worden niet gebruikt om de
overwinningspunten van de vorige beurt vast te stellen.
eind: Het spel eindigt zodra de 3e speelbeurt afgerond is. De speler
met de meeste overwinningspunten is de winnaar van het spel.
Spelinfo: Borgia, Alexander S. Berg, Phalanx Games, 2003 - 3 tot 5
spelers vanaf 12 jaar, 90 minuten. |