|

| |
De spelers kruipen in de huid van veehandelaren, die door listig te bieden
tijdens de veilingen verschillende dieren proberen te bemachtigen; door het
betere blufwerk maken ze daarnaast ook elkaars dieren afhandig.
VERLOOP VAN HET SPEL:
start: Elke speler ontvangt geldkaarten; 2 van "0", 4 van "10" en 1
van "50". De andere geldkaarten worden binnen handbereik gelegd; deze zijn later
in het spel nog nodig. Daarna worden de dierkaarten geschud en op een dichte
stapel neergelegd.
verloop: Als een speler aan de beurt is, kan hij kiezen uit twee
acties:
- Veiling; hij veilt de bovenste dierkaart.
De speler die aan de beurt is draait de bovenste dierkaart om; hij is
de veilingmeester! De medespelers mogen nu gaan bieden op het dier, waarbij
het nieuwste bod het vorige bod moet overtreffen. Als niemand meer hoger wil
bieden, dan stopt de veilingmeester de veiling door: "eenmaal...,
andermaal..., verkocht!". De speler die aan de beurt is mag nu kiezen:
- óf hij verkoopt het dier aan de hoogste bieder, deze legt
de kaart open voor zich neer, en de veilingmeester ontvangt van deze
speler het geboden bedrag en hij neemt dit op handen;
- óf hij koopt het dier zelf en overhandigt de hoogste bieder
het door hem geboden bedrag en legt de kaart open voor zich.
Aangezien geldkaarten nooit gewisseld mogen worden met de voorraad of
een medespeler, moet een speler als hij niet gepast betalen kan, het bedrag
naar boven afronden.
Als de gedraaide kaart een ezel is, dan wordt het spel tijdelijk
onderbroken; elke speler ontvangt extra geld. Bij de 1ste ezel ontvangen de
spelers een geldkaart van "50", bij de 2de "100", bij de 3de "200" en bij de
4de "500".
- Koehandel; hij begint een koehandel met een medespeler.
Als de speler die aan de beurt is en 1 van zijn medespelers dezelfde
dierkaart bezitten, mag de speler die aan de beurt is deze andere speler een
koehandel voorstellen. Als beide spelers 2 dierkaarten van dezelfde soort
hebben, is de koehandel voor beide dieren, dus voor een compleet kwartet. De
uitdager brengt een bod uit op de dierkaarten; hij legt 1 of meerdere
geldkaarten gesloten neer. Zijn medespeler kan nu kiezen:
- óf hij accepteert het bod, zonder het te zien. De uitdager
ontvangt de dierkaart(en).
- óf hij brengt een tegenbod uit. Dit doet hij door gesloten ook 1
of meerdere geldkaarten neer te leggen. Beide spelers bekijken nu het
bod van de andere speler; de speler met het hoogste bod ontvangt de
dierkaart(en). De spelers houden de geboden geldkaarten van hun
tegenspeler. Als beide spelers een zelfde bedrag geboden hebben, moet de
uitdager opnieuw een bod uit brengen. De medespeler mag nu weer kiezen
of hij het bod ongezien accepteert of dat hij weer een tegenbod
uitbrengt. Als beide spelers nu weer een gelijk bedrag bieden, ontvangt
de uitdager de dierkaart.
Als alle dierenkaarten geveild zijn, zijn de spelers verplicht om te
koehandelen tot alle dierkwartetten compleet zijn.
eind: Het spel eindigt zodra alle dierkwartetten compleet zijn; de
punten worden geteld. Elk kwartet levert het aantal punten op dat vermeld staat
op de kaart zelf. Tot slot wordt het totaal aantal punten vermenigvuldigd met
het aantal kwartetten dat een speler heeft. Wie nu de meeste punten heeft, is de
winnaar van het spel.
Spelinfo: Koehandel, Rüdiger Koltze, Ravensburger, 1985 - 3 tot 5 spelers
vanaf 10 jaar, 45 - 60 minuten. |