|

| |
Wie weet door het bouwen van kostbare
piramiden de gunst van de Farao te verkrijgen?
VERLOOP VAN HET SPEL:
start: Op het spelspeelveld
bevinden zich 11 plateaus, met op de laatste de Farao. De telfiguur wordt aan
het begin van het spel op het eerste veld geplaatst. De speleindekaart wordt nog
even weggelegd. De bouw-, dief-, belastinginner- en faraokaarten worden geschud
en als gedekte stapel neergelegd. De bovenste 3 kaarten worden open in een
etalage gelegd. Elke speler neemt vervolgens 7 kaarten op handen.
verloop: Het spel wordt kloksgewijs
gespeeld. Als een speler aan de beurt is voert hij de volgende acties uit:
- Piramide verzilveren: één van
de eigen piramides wordt weggenomen en geteld. Een piramide bestaat uit
rijen boven elkaar geplaatste kaarten, waarbij het aantal in een rij
afneemt, maar de waarde steeds 1 toeneemt. De waarde van een piramide is de
som van de verschillende waarden maal de hoogte van de piramide. De punten
worden opgeschreven, de telfiguur wordt een plateau verschoven. Zodra de
telfiguur het eerste speciale plateau bereikt, mag elke speler aan twee
eigen piramiden bouwen in plaats van aan één. Vanaf het tweede speciale
plateau mogen er uitsluitend nog piramides verzilverd worden die uit drie of
meer lagen bestaan.
- Kaart trekken van de stapel of uit
de etalage nemen:
- Ruilen: de speler mag één of
meer kaarten uit zijn hand ruilen met medespelers; de actieve speler is
altijd ruilende partij!
- Bouwen: de speler mag zowel
geruilde als handkaarten gebruiken om een piramide te starten of uit te
breiden.
- Dief of belastinginner sturen:
de speler zet een dief in tegen een piramide van een medespeler. Hij gooit
met de dobbelsteen; als de worp hoger is dan de hoogte van de piramide, mag
de dief een kaart uit de piramide stelen. De actieve speler neemt deze kaart
op handen. Als de piramide hierna afbrokkeld, omdat ze niet meer aan de
regels voldoet, neemt de betreffende medespeler al deze kaarten op handen.
Hij mag niet meer dan 7 handkaarten hebben; overtollige kaarten moeten
afgelegd worden. Als de belastinginner gespeeld wordt, mag de speler bij
alle medespelers een kaart uit zijn hand nemen. De dief en de belastinginner
kunnen worden geblokkeerd met een faraokaart.
- Hand aanvullen tot zeven
handkaarten: aan het eind van een beurt mag de speler 7 handkaarten
hebben. Het kan zijn dat overtollige kaarten afgelegd moeten worden of dat
kaarten aangevuld moeten worden vanaf de trekstapel.
eind: Zodra de telfiguur het
laatste plateau bereikt worden zowel de aflegstapel, de trekstapel en de
eindkaart door elkaar geschud. Als de eindkaart door een speler getrokken wordt,
is het spel meteen afgelopen. De piramiden die dan nog op het speelveld liggen
worden verzilverd. De speler met de meeste punten wint het spel.
Spelinfo: O, Farao!, Thilo Hutzler,
999Games, 2004 - 3 tot 4 spelers vanaf 10 jaar, 45 - 60 minuten. |